De afgelopen tijd heb ik twee boeken mogen redigeren voor Uitgeverij Jan van Arkel. Vooral over dit boek ben ik heel enthousiast: Ware Winst, Gemene-Goed-Economie als wegwijzer.

Niet geld staat centraal, maar waarden als vertrouwen en samenwerking
Ware Winst, geschreven door de alternatieve econoom en universiteitsdocent Christian Felber, gaat over een andere, mensvriendelijkere economie. Een economie waarin niet geld centraal staat, maar waarden zoals vertrouwen, samenwerking, verbondenheid met de natuur en solidariteit. Het gaat niet om financiële winst, maar om het welzijn van mensen. In Ware Winst wordt het begrip Gemene Goed geïntroduceerd. Gemene Goed betekent het materiële en psychische welzijn van de hele bevolking inclusief de natuurlijke omgeving.

Dit boek is een uitstekend onderbouwd betoog over hoe zo’n economie vorm kan krijgen. Het begint met een analyse van de tekortkomingen van ons huidige kapitalistische stelsel. In zijn uitleg grijpt Felber terug op de Grondwet. In veel Europese landen staat in de Grondwet dat economische activiteit het gemeenschappelijk welzijn moet dienen. Maar in de praktijk is welzijn niet de primaire drijfveer van de economie, maar winst maken. Dus de Grondwet wordt vaak niet nageleefd in het economische leven.

Wat ik al heel lang zo voel
Het boek licht de Gemene-Goed-Visie toe aan de hand van tal van onderwerpen. In zeer begrijpelijke taal passeren ze de revue: banken, kredieten, vrije markt, rente, pensioen, erfrecht, lonen, wereldmunt, eigendom van gebouwen en land, democratie, inspraak, conventies, educatie, zingeving en intrinsieke motivatie. Felber pakt het heel breed aan en dat is mede zijn kracht.
Ware Winst raakt aan veel dingen die ik al heel lang voel, of aan bepaalde keuzes die ik in mijn leven gemaakt heb, maar die ik niet zo goed in een maatschappelijke context kon plaatsen. Door het boek valt veel op z’n plaats.
Om een paar voorbeelden te geven:
• ik geloof in intrinsieke motivatie. Ook al is niet iedereen in onze huidige maatschappij intrinsiek gemotiveerd, dat potentieel hebben de meesten
van ons wel. De Gemene-Goed-Economie is gebaseerd op dit potentieel.
• werk dat betekenisvol is, daar heb ik altijd voor gekozen, ook al leverde het misschien niet altijd zoveel op (maar wel zoveel dat ik kon doen wat ik wilde). Als de Gemene-Goed-Economie groeit, dan zal betekenisvol werk beter beloond worden.
• ik ben eigenlijk altijd al een voorstander geweest van het basisinkomen. Felber zegt dat verschillende ideeën, dus ook het basisinkomen, in het Gemene-Goed-Model verwerkt kunnen worden, om zo sociale zekerheid, menselijke waardigheid en vrijheid te realiseren.
• vrijwilligerswerk vind ik vaak fijner dan betaald werk. Felber zegt: ‘Het is zeer goed mogelijk om toegevoegde waarde te creëren zonder winstbejag, en zelfs zonder geld. Aan heel wat essentiële behoeften wordt voldaan buiten zakelijke relaties om.’

Het Gemene-Goed-Denken in de praktijk
De Gemene-Goed-Economie kent een Gemene-Goed-Balans. Net zoals je een financiële balans opmaakt voor je bedrijf, kun je een Gemene-Goed-Balans opmaken. Deze meet bijvoorbeeld of je bedrijf sociaal verantwoordelijk, ecologisch, democratisch en solidair handelt. Bedrijven die een positieve Gemene-Goed-Balans hebben, zullen wettelijk ondersteund worden: hun belasting wordt bijvoorbeeld lager en ze krijgen voorrang bij aanbestedingen. Bedrijven die het milieu belasten of die hun producten voor te lage lonen in ontwikkelingslanden laten produceren, betalen hogere invoerrechten.
Op die manier zorgen regels die in overeenstemming zijn met wat werkelijk een Gemene-Goed-Economie is, ervoor dat in plaats van het streven naar pure financiële winst, er langzamerhand een waarden-gedreven economie ontstaat. Daar word ik heel blij van. Het biedt een optimistisch perspectief en het is, zoals ik al zei, heel goed onderbouwd.
Ik schrijf deze dingen overigens niet omdat ik het boek wil promoten – voor de winst 🙂 – maar omdat ik er zo enthousiast over ben.

Een ander belangrijk element in de Gemene-Goed-Economie is de democratie. Er wordt veel aandacht besteed aan uitleggen wat een echte democratie is, en hoe we die zouden kunnen bereiken. Net als bij de vorige onderwerpen heb ik ook hier veel van geleerd. Natuurlijk heb ik wel wat kennis, over stemrecht, referenda etc. maar nu begrijp ik beter de samenhang hiervan, wat eraan ontbreekt en wat we eraan kunnen doen om een democratie van onderaf op te bouwen. Als bedrijven bijvoorbeeld meer dan 250 werknemers krijgen, zullen deze, samen met het publiek, volgens de Gemene-Goed-Economie recht hebben op inspraak. Felber: ‘Bij grote ondernemingen ziet het er op dit moment heel anders uit: multinationals zijn vandaag de dag machtiger dan veel regeringen. Hun beslissingen kunnen honderdduizenden mensen treffen en ze hebben een buitenproportionele macht over media, partijen, wetenschap en rechtsspraak. Het is niet democratisch dat een paar privépersonen de richting van dergelijke multinationals bepalen, terwijl alle andere betrokkenen – binnen en buiten de onderneming – geen medezeggenschap hebben.’

De Gemene-Goed-Economie is een compassievolle economie. Het gaat erom dat mensen wel vrijheid hebben – ondernemerschap wordt gestimuleerd – maar niet ten koste van anderen. Het blijft een markteconomie, maar de uitwassen worden beperkt.
Over uitwassen gesproken:
Een voorbeeld in het boek beschrijft hoe het voor rijken (personen en ondernemingen) steeds makkelijker wordt om nóg rijker en groter te worden. Het eerste miljoen is het moeilijkste, maar het tweede gaat al veel eenvoudiger. Wie 1 miljard euro bezit moet bij de gemiddelde rente van de laatste decennia dagelijks € 220.000 uitgeven om niet nog rijker te worden! Het zou goed zijn als daar grenzen aan gesteld worden, betoogt Felber.

Voorbeelden van Gemene-Goed-Bedrijven
In het boek worden veel voorbeelden besproken van bedrijven en organisaties die al werken volgens het Gemene-Goed-Model. In het bedrijf Semco in Brazilië bepalen de werknemers zelf het aantal vakantiedagen en hoeveel ze willen verdienen. Als leidinggevenden druk uitoefenen op medewerkers of stress veroorzaken, wordt dat als een tekort aan leiderschapskwaliteiten gezien. Iedereen die bij Semco in dienst treedt wordt aangemoedigd tot creativiteit, participatie en het stellen van kritische vragen. Meningsverschillen worden als noodzakelijk en gezond beschouwd.

In Europa is de Gemene-Goed beweging in verschillende landen actief, zoals Duitsland, Oostenrijk, Spanje en Nederland (met name in het Gooi is er een actieve groep). Er doen op dit moment in heel Europa al meer dan 2000 bedrijven mee, waarvan 400 een Gemene-Goed-Balans hebben opgemaakt. In Nederland doet bijvoorbeeld het bedrijf Estafette-Odin mee. Coöperatie Odin verenigt mensen die willen samenwerken om de voedselvoorziening en voedselproductie op een gezonde manier te realiseren.

Zelf meedoen
In Ware Winst wordt ook uiteengezet hoe je zelf mee kunt doen. Je kunt een Gemene-Goed-Balans opmaken, of je kunt de winkels waar je boodschappen doet, vragen of ze er een hebben of zouden willen opstellen. Je kunt het ook introduceren in je gemeente. Je kunt meehelpen het gedachtengoed verder te ontwikkelen (het is per slot van rekening een democratische beweging), of het introduceren in organisaties waar je toch al actief in bent. Op die manier kan het een brede beweging worden, die geïntegreerd is in alle niveaus van de samenleving en handen en voeten geeft aan een economie waarin menselijke waarden voorop staan, die bijdragen aan het algemeen welzijn, zoals vertrouwen, samenwerking en waardering.

Info Gemene Goed Economie in Nederland
http://nederland.gwoe.net

Ware Winst. De verkoopprijs is € 19,95. Niet duur voor zo’n informatief boek van 220 pagina’s.